Swevers Vastgoed

gratis schatting 011 255 155
Al het vastgoed nieuws

Eerste hulp bij 6 renovatie-problemen

1. Opstijgend vocht
Huizen van vóór 1950 beschikken vaak niet over spouwmuren, terwijl bij panden gebouwd tussen 1950 en 1970 de spouw – als die er al is – vaak gevuld is met minderwaardig materiaal. Daardoor kan opstijgend vocht heel wat schade aan het metselwerk en de muurbekleding (zowel binnen als buiten) veroorzaken. Door kristallisatie van zouten en de werking van de vorst tijdens de winter worden pleister- en schilderwerk, behang en buitenschrijnwerk aangetast. Vocht stimuleert bovendien de ontwikkeling van micro-organismen zoals schimmels, die een weerslag hebben op de woonkwaliteit en de gezondheid.

De oplossing van een vochtprobleem begint altijd met een grondige diagnose. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de muren wel vochtwerende membranen bevatten, maar dat die beschadigd zijn of slecht aangebracht. Het behandelen van optrekkend vocht gebeurt best bij het begin van de renovatiewerken, want de droogtijd na de behandeling duurt lang.

Het vochtgehalte in bestaande muren is vaak heel hoog (tot 70 liter per strekkende meter). Het verwijderen van al dat vocht door verdamping neemt dus heel wat tijd is beslag. Een goede ventilatie van de woning kan daarbij helpen. Als de muren eenmaal voldoende gelucht zijn wordt een dichtingsmembraan geplaatst, en dit boven het niveau van de afgewerkte binnenvloer (ter hoogte van de plinten). Dit membraan kan zowel een soepele folie zijn, afgedicht met een snelhardende mortel, ofwel een stijf of halfstijf scherm, waarbij de sleuf vervolgens ook wordt opgevuld met mortel.

Als het vochtprobleem minder acuut is – en als het huis al bewoond is – kan ook worden gekozen voor poriënvullende, vochtwerende producten, die onder druk worden geïnjecteerd in de bestaande muren via boorgaten. Dit is veruit de snelste techniek met de minste vuilhinder.

2. Asbest
Ook als je woning asbest bevat, is een grondige diagnose onontbeerlijk. Je moet immers weten met welke soort van asbest je te maken hebt, vooraleer je met de opkuis begint. Er zijn twee soorten asbest: hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest. Tot de eerste categorie behoren golfplaten, buizen en asbestcement. De tweede omvat ‘losse’ asbest, zoals in asbestisolatie rond verwarmingsleidingen.

Als het hechtgebonden asbest in de woning nog in relatief goede staat verkeert, blijf je er best van af. Onoordeelkundig verwijderen is immers veel gevaarlijker dan alles laten zitten. Toch raken ook deze asbesttoepassingen op lange termijn beschadigd door bijvoorbeeld weer en wind – denk aan asbestleien en golfplaten. Als je die zelf wil verwijderen, kan dat. Maar niet zonder de juiste voorzorgsmaatregelen in acht te nemen: een stofmasker dragen, het asbest voortdurend bevochtigen, zo weinig mogelijk zagen en breken. Wie het zekere voor het onzekere wil nemen, doet best een beroep op een professionele asbestverwijderaar. Voor de niet-hechtgebonden varianten is dat trouwens sowieso verplicht.

3. Lekkend dak
Een dak dat lekt is een tikkende tijdbom. Zowel buiten- als binnenshuis kan het doordringend vocht schade aanrichten. Het is dus zaak het lek zo snel mogelijk op te sporen. Pas na een precieze identificatie van het lek (of de lekken) kan worden overgegaan tot maatregelen om het euvel te verhelpen.

De manier waarop een lekkage wordt aangepakt is afhankelijk van het soort dak en dakbedekking. Bij een pannendak volstaat het vaak om één of meerdere pannen te verleggen of te vervangen. Bij een plat dak zal doorgaans de hele afdeklaag of het dakleer moeten worden vervangen.

Bij grotere lekkages volstaat een gedeeltelijke vervanging soms niet. Een nieuw dak dringt zich dan op en dat kan een aardige hap uit je renovatiebudget nemen. Bij daken geldt dan ook dat voorkomen beter is dan genezen. Veel lekkages ontstaan door gebrekkig onderhoud en doordat slijtage of andere mankementen niet tijdig zijn verholpen.

4. Huiszwam
Huiszwam is een schimmel die schadelijk is voor hout en voorkomt in drie verschillende vormen: huiszwam, kelderzwam en poriënzwam. De huiszwam voedt zich met hout en vooral hars. Wanneer je deze soort in je huis hebt, moet er zo snel mogelijk actie worden ondernomen, want anders zullen de verwoestende effecten op dakconstructies, houten vloeren, trappen en deuren niet uitblijven. Bovendien wordt huiszwam moeilijker te verwijderen naarmate hij zich langer heeft genesteld in de woning.

De huiszwam is een specialist in het zichzelf verbergen, want hij leeft vaak afgezonderd aan de achterkant van het houtwerk. Toch laat hij zich soms verraden, vooral dan door vervorming van houtwerk, door abnormaal zacht hout, door de aanwezigheid van draden en witgrijze vlokken op kozijnen, plinten en muren.

Het verwijderen van huiszwam is een klus voor een specialist. Doe-het-zelvers die de zwam tòch eigenhandig het huis uit willen werken passen best goed op: als de strengen van de huiszwam onder de voetzolen terechtkomen riskeer je de zwam zelfs nog verder te verspreiden door het hele huis.

5. Elektrische installaties
De normen van elektrische installaties zijn de afgelopen decennia sterk geëvolueerd. Elektrische installaties in huizen die in gebruik genomen zijn voor 1 oktober 1981 dienen binnen de achttien maanden na verkoop gekeurd te worden. Soms dringt een grondige renovatie zich op. Frequent voorkomende pijnpunten bij het moderniseren van een installatie zijn het verdeelbord (dat bestaat vaak uit marmer of bakeliet en moet vervangen worden door een gesloten kast), de aarding (ook die is vaak aan vervanging toe) en ten slotte de bedrading. Doorgaans moeten oudere kabels vervangen worden door dikkere exemplaren, omdat de elektriciteitsbehoefte van tegenwoordig niet te vergelijken valt met die van enkele decennia terug.

Als je weinig of geen ervaring hebt met elektriciteit, schakel je dus best een vakman in. Hij kent alle wettelijke AREI-verplichtingen, zorgt voor de circuitschema’s en regelt ook de keurder die het noodzakelijke gelijkvormigheidsverslag opstelt.

6. Zwakke funderingen
Sommige oude funderingen kunnen de bijkomende belasting van een nieuwe structuur niet aan. Als je een draagmuur of een zuil optrekt, zorg je dus best voor een voeting of een specifieke ondersteuning in de ondergrond. Ook als je in de hoogte wilt uitbreiden, moet de funderingsplaat waarop het volume rust in de ondergrond worden versterkt – het totale gewicht van uw woning wordt immers groter.

Van alle klussen is het herstellen van oude en het leggen van nieuwe, bijkomende funderingen het minst op het lijf geschreven van de doe-het-zelver. Dat is werk voor een aannemer. Let er wel op dat de meeste aannemers - terecht - niet aan funderingswerken beginnen als je geen ingenieursbureau onder de arm neemt voor een stabiliteitsstudie.

Bij grotere verbouwingen doe je natuurlijk ook een beroep op een architect, die verschillende scenario’s kan voorrekenen en creatieve oplossingen bedenken. Bovendien overziet een architect idealiter het gehele verbouwproces en zorgt hij of zij ervoor dat je eventuele renovatieproblemen in de juiste volgorde aanpakt, zodat je droomproject je geen slapeloze nachten bezorgt.

Bron: Dossier Bouwen en Renoveren 2016
Overzicht