De koper is jonger geworden: wat de generatie onder 30 anders doet
Tegen de verwachting in wint de jongste generatie kopers terrein op de Vlaamse woningmarkt. In het tweede trimester van 2026 steeg het aandeel kopers van 30 jaar of jonger bij Vlaamse huizen van 28 naar 32 procent, en bij appartementen van 21 naar 24 procent. Dat blijkt uit de Vastgoedbarometer van de Federatie van het Notariaat (Fednot). Opvallend is de context waarin die stijging plaatsvond: in datzelfde trimester daalde het totaal aantal verkopen in Vlaanderen met 2,9 procent tegenover het eerste trimester, mee onder invloed van de gestegen hypotheekrentes. Terwijl de markt dus lichtjes op de rem ging, deed de groep onder dertig het omgekeerde.
Die combinatie is interessant, want ze weerlegt een aanname die u vaak hoort: dat duurdere kredieten automatisch jonge kopers wegduwen. In dit artikel bekijken we wat deze generatie concreet anders aanpakt, wat ouders daarin betekenen en welke lessen verkopers eruit kunnen trekken over presentatie en prijszetting.
Wat zeggen de cijfers over jonge kopers in 2026?
Zoom eerst even uit. Wie in de eerste helft van 2026 een woning kocht in Vlaanderen, was gemiddeld 41 jaar oud. Achter dat gemiddelde schuilt een duidelijk verschil per type vastgoed: kopers van een huis waren gemiddeld 38 jaar, kopers van een appartement 46 jaar. Op Belgisch niveau vormden de kopers van 26 tot en met 30 jaar de actiefste leeftijdsgroep in die periode, met een aandeel van 19 procent, net voor de groep van 31 tot en met 35 jaar met 18 procent.
De sprong van 28 naar 32 procent gebeurde bovendien op één trimester tijd. Zo'n beweging is te groot om louter toeval te zijn, maar te kort om al van een structurele trend te spreken. Wat we er wel uit kunnen afleiden: deze groep laat zich minder afschrikken door een hogere rente dan de markt als geheel. In onze praktijk als vastgoedmakelaar in Vlaanderen zien we daar een logische verklaring voor. Wie huurt, ziet de maandelijkse huurprijs even hard stijgen als de maandlast van een krediet. Voor een starter is uitstellen dus geen gratis keuze.
Wat doet deze generatie anders?
Ze schakelen de ouders vroeger in
Het meest zichtbare verschil zit in de financiering. Waar vroeger vaak pas bij het compromis over familiale steun werd gesproken, ligt die vraag vandaag al op tafel vóór het eerste bezoek. Jonge kopers weten intussen dat banken doorgaans 80 tot 90 procent van de aankoopwaarde financieren en dat de aankoopkosten uit eigen middelen komen. Ze rekenen dat vooraf uit en polsen tijdig bij hun ouders.
Dat verandert de dynamiek van een bezoek. We merken meer en meer dat ouders mee komen kijken, en dat ze inhoudelijke vragen stellen over het EPC, de staat van het dak en de elektrische keuring. Voor verkopers is dat relevant: u overtuigt niet één partij, maar twee generaties tegelijk.
Ze rekenen met de totale woonkost, niet met de vraagprijs
Een tweede verschil is minstens even bepalend. Deze generatie kijkt naar de som van aankoopprijs, renovatiekost en energiefactuur, en niet naar de vraagprijs alleen. Dat is ook rationeel: wie een woning met EPC-label E of F koopt, is wettelijk verplicht die binnen zes jaar na de akte te renoveren tot minstens label D. Voor aankopen vanaf 1 januari 2026 werd die termijn verlengd van vijf naar zes jaar. Haalt u dat label niet, dan riskeert u een administratieve boete en krijgt u alsnog een nieuwe termijn opgelegd.
Een woning met een zwak label is voor een starter dus geen koopje, maar een verplichting met een prijskaartje. Dat verklaart waarom energiezuinigheid bij deze groep zo hoog op de criterialijst staat, soms zelfs boven ligging of oppervlakte.
Ze beslissen sneller, maar niet impulsiever
Tot slot: de doorlooptijd van een beslissing is korter geworden. Deze kopers hebben hun financieringsruimte al laten berekenen vóór ze bieden, kennen hun maximumbudget tot op de euro en volgen het aanbod digitaal op de voet. Wat lijkt op een impulsieve beslissing, is meestal het sluitstuk van maanden voorbereiding. Ze spreiden de looptijd van hun krediet ook langer om de maandlast betaalbaar te houden, wat de totale interestkost verhoogt maar de toegang tot de markt openhoudt.
Hoeveel kunnen ouders bijdragen, en hoe doet u dat fiscaal correct?
Dit is de vraag die ouders ons het vaakst stellen. Er is geen wettelijk maximum aan wat u kunt schenken, wel een fiscaal kader waar u best rekening mee houdt.
Schenkt u een geldsom via een hand- of bankgift zonder registratie, dan betaalt u geen schenkbelasting. Er hangt wel een voorwaarde aan vast: sinds 1 januari 2025 bedraagt de zogenaamde verdachte periode in Vlaanderen vijf jaar in plaats van drie. Overlijdt u als schenker binnen die vijf jaar, dan wordt het geschonken bedrag alsnog bij de nalatenschap geteld en betaalt uw kind erfbelasting, aan tarieven die in rechte lijn kunnen oplopen tot 27 procent. Dat is de toepassing van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Laat u de schenking wel registreren, dan betaalt u een vlak tarief van 3 procent schenkbelasting in rechte lijn. Op een schenking van 50.000 euro komt dat neer op 1.500 euro. Het voordeel is de zekerheid: het geschonken bedrag valt daarna definitief buiten de nalatenschap. Voor veel gezinnen is die 3 procent goedkope gemoedsrust.
Een derde piste is een renteloze lening tussen ouder en kind, met een correct opgesteld schriftelijk contract. Die is fiscaal neutraal, maar wordt door de bank anders behandeld dan een schenking: een lening telt mee als schuld en drukt dus uw ontleningscapaciteit. Bespreek dat vooraf met uw kredietverstrekker. Voor een schenking van onroerend goed gelden bovendien volledig andere tarieven, die progressief oplopen. Laat u in dat geval altijd door een notaris begeleiden.
Voor alle duidelijkheid: wij zijn vastgoedmakelaar-bemiddelaar, geen fiscalist. Wij helpen u het vastgoedluik correct in te schatten en verwijzen voor de vermogensplanning graag door naar uw notaris of accountant.
Wat kunnen verkopers hieruit leren?
Als bijna een derde van de kopers van een Vlaams huis jonger is dan dertig, dan verandert dat de manier waarop u uw woning best in de markt zet.
Zet uw EPC vooraan in plaats van het weg te moffelen. Deze doelgroep zoekt er toch naar, en een eerlijk cijfer met een realistisch renovatieplan wekt meer vertrouwen dan een vage omschrijving. Zorg dat al uw attesten klaar zijn vóór het eerste bezoek: het EPC, het asbestattest, het bodemattest, de elektrische keuring en de stedenbouwkundige inlichtingen. Wie moet wachten op documenten, verliest kandidaten die intussen elders bieden.
Wees ook realistisch in uw prijszetting. Een jonge koper met een strak berekend budget kan niet zomaar 15.000 euro bijleggen, hoe graag hij uw woning ook wil. Een correcte vraagprijs vanaf dag één levert in de praktijk een hogere eindprijs op dan een te hoge vraagprijs die na drie maanden moet zakken. In onze verkopen zien we dat het verschil vooral zit in het aantal kandidaten in die eerste weken.
Conclusie: de markt verjongt, en dat vraagt een andere aanpak
Het aandeel kopers onder dertig steeg in het tweede trimester van 2026 naar 32 procent bij Vlaamse huizen, terwijl het totaal aantal verkopen daalde. Deze generatie compenseert een moeilijker kredietklimaat met vroege familiale steun, langere looptijden en een scherpe berekening van de totale woonkost. Wie vandaag een eerste woning wil kopen, begint dus best bij de financiering en niet bij het aanbod. Wie verkoopt, houdt er best rekening mee dat een groeiend deel van de kandidaten met een rekenmachine binnenkomt.
Overweegt u zelf de stap naar een eerste woning? Bekijk hier ons volledig aanbod of loop gerust eens binnen in een van onze kantoren voor een gesprek zonder verplichting. Denkt u eerder aan verkopen en wilt u weten wat uw woning vandaag waard is bij deze kopersgroep? Vraag een vrijblijvende schatting aan.
FAQ's
Op welke leeftijd kopen Vlamingen hun eerste woning?
Wie in de eerste helft van 2026 een woning kocht in Vlaanderen, was gemiddeld 41 jaar oud. Bij een huis lag die leeftijd op gemiddeld 38 jaar, bij een appartement op 46 jaar. Dat blijkt uit de Vastgoedbarometer van Fednot. Het gaat wel om alle kopers, dus niet uitsluitend om starters.
Kunnen jongeren in 2026 nog een huis kopen in Vlaanderen?
Ja, en hun aandeel groeit zelfs. In het tweede trimester van 2026 was 32 procent van de kopers van een Vlaams huis 30 jaar of jonger, tegenover 28 procent in het trimester ervoor. Bij appartementen ging het van 21 naar 24 procent.
Hoeveel mogen ouders bijdragen aan de aankoop van een woning?
Er is geen wettelijk maximum. Een geregistreerde schenking in rechte lijn wordt in Vlaanderen belast aan een vlak tarief van 3 procent. Kiest u voor een niet-geregistreerde bankgift, dan betaalt u geen schenkbelasting, maar geldt sinds 1 januari 2025 een verdachte periode van vijf jaar waarbinnen alsnog erfbelasting verschuldigd kan zijn.
Waarom kijken jonge kopers zo sterk naar het EPC?
Omdat een zwak label een wettelijke verplichting met zich meebrengt. Wie een woning met label E of F koopt, moet die binnen zes jaar na de akte renoveren tot minstens label D. Die renovatiekost telt dus mee in het totale budget van de koper.