27% verkoopt liever dan te renoveren: wat de uittocht van investeerders uit vastgoed in Vlaanderen betekent voor kopers
Ruim een kwart van de Vlaamse particuliere verhuurders verkoopt liever dan te renoveren. Dat blijkt uit een rondvraag van Dewaele Vastgoedgroep bij meer dan 300 verhuurders, waarover Bouw & Wonen op 9 september 2026 berichtte. Voor de huurmarkt is dat een zorgwekkend signaal. Voor wie vandaag een woning zoekt, betekent het net het omgekeerde: elke investeerder die de deur achter zich dichttrekt, is een concurrent minder aan de biedtafel en vaak ook een pand extra dat op de markt komt.
Wat zeggen de cijfers precies?
De bevraging schetst een groep eigenaars die duidelijk op de rem staat. Amper 1 op 5 verhuurders wil de komende vijf jaar opnieuw investeren in huurvastgoed. 27 procent zou eerder verkopen dan renoveren en nog eens 38 procent twijfelt openlijk tussen die twee opties. Vooral eigenaars die hun krediet al hebben afbetaald, nemen de beslissing om te verkopen sneller.
Opvallend is ook de leeftijdsopbouw. 60 procent van de bevraagde verhuurders is ouder dan 60 jaar, tegenover 6,6 procent die jonger is dan 40. Bijna vier op de tien verhuurt slechts één woning. Het gaat dus niet over grote professionele spelers, maar over particulieren die ooit een appartement of een rijwoning kochten als aanvulling op hun pensioen.
Tel 27 en 38 samen en u komt op bijna twee derde van de particuliere verhuurders die verkopen overweegt of die knoop al heeft doorgehakt. Zelfs als maar een deel daarvan effectief doorzet, is dat een merkbare instroom van panden.
Waarom haken investeerders in vastgoed in Vlaanderen af?
De belangrijkste reden is energetisch. Vanaf 1 januari 2030 wordt een minimaal EPC-label onderdeel van de Vlaamse woningkwaliteitsnormen: rijwoningen en appartementen moeten dan minstens label D halen, open en halfopen bebouwing minstens label E. Haalt een huurwoning dat niet, dan riskeert ze ongeschikt verklaard te worden voor verhuur. Voor een eigenaar van een pand met label F betekent dat een investering die zich zelden volledig laat terugverdienen via de huurprijs.
Daar komt de instapkost bovenop. Wie een woning koopt die niet de enige eigen woning wordt, betaalt in 2026 het standaardtarief van 12 procent verkooprecht, tegenover 2 procent voor wie de woning zelf gaat bewonen. Dat verschil, vastgelegd in de Vlaamse Codex Fiscaliteit, maakt de rekensom voor een nieuwe investeerder een stuk minder aantrekkelijk dan tien jaar geleden.
En dan is er nog de praktische kant. Renoveren met een huurder in huis vraagt planning, toegang en overleg. Veel oudere eigenaars hebben daar simpelweg geen zin meer in.
Wat betekent dit voor u als koper?
Vooral dit: de druk op twee specifieke segmenten neemt af. Investeerders kopen doorgaans compacte, instapklare appartementen en kleinere rijwoningen, precies de panden waar starters en jonge gezinnen ook op mikken. Als die groep zich terugtrekt, verdwijnt een koper die sneller beslist, minder emotioneel biedt en niet afhankelijk is van de verkoop van een eigen woning.
In onze praktijk als vastgoedmakelaar in Vlaanderen merken we dat effect al bij bezoekdagen van appartementen in het middensegment. Waar een paar jaar geleden standaard één of twee investeerders mee kwamen kijken, zijn dat er vandaag merkbaar minder. Het gevolg is niet dat prijzen zakken, wel dat u als koper meer tijd krijgt om te rekenen en om een bod te onderbouwen.
Tegelijk groeit het aanbod van te renoveren panden. Dat is de kans en het risico ineens.
Het addertje: de renovatieplicht verhuist mee
Wees hier helder over met uzelf. De verplichting die de investeerder doet afhaken, gaat gewoon mee over op u. Koopt u een woning met EPC-label E of F, dan moet u die binnen zes jaar na het verlijden van de notariële akte renoveren tot minstens label D. Voor aankopen vanaf 1 januari 2026 werd die termijn verlengd van vijf naar zes jaar. Haalt u het label niet, dan volgt een administratieve boete en krijgt u alsnog een nieuwe termijn opgelegd.
Een pand van een uitstappende investeerder is dus zelden een koopje op zich. Het is een koopje als de vraagprijs de renovatiekost correct weerspiegelt. Laat die kost vooraf realistisch inschatten en neem ze mee in uw totaalbudget, niet als iets dat u later wel bekijkt.
Conclusie: uw onderhandelingspositie is vandaag sterker dan vorig jaar
Dat 27 procent van de verhuurders liever verkoopt dan renoveert, is op de huurmarkt een probleem. Op de koopmarkt verschuift het evenwicht licht in uw voordeel. Minder concurrentie van investeerders in vastgoed in Vlaanderen betekent meer ademruimte bij de biedingen op instapklare appartementen en rijwoningen, en een ruimer aanbod van panden met renovatiepotentieel. Wie zijn financiering op voorhand rond heeft en de renovatiekost correct inschat, staat vandaag sterker dan een jaar geleden.
Op zoek naar een woning die past bij uw budget én bij de renovatie die u aankan?
Bekijk hier ons volledig aanbod of loop gerust binnen in een van onze kantoren. Onze BIV-erkende vastgoedmakelaars helpen u graag de renovatiekost realistisch inschatten vóór u een bod uitbrengt.FAQ's
Waarom verkopen investeerders hun vastgoed in Vlaanderen?
Uit een rondvraag van Dewaele Vastgoedgroep bij ruim 300 verhuurders (september 2026) blijkt dat 27 procent liever verkoopt dan renoveert. De belangrijkste redenen zijn de strengere energienormen, waarbij huurwoningen vanaf 2030 een minimaal EPC-label moeten halen, het standaardtarief van 12 procent verkooprecht bij aankoop, en de praktische moeilijkheid om te renoveren met een huurder in huis.
Heeft een koper vandaag minder concurrentie op de Vlaamse woningmarkt?
In de segmenten waar investeerders traditioneel actief zijn, namelijk compacte appartementen en kleinere rijwoningen, neemt hun aanwezigheid af. Amper 1 op 5 verhuurders wil de komende vijf jaar opnieuw investeren. Dat vermindert de concurrentie bij biedingen op die specifieke panden.
Gaan de huizenprijzen dalen in 2026?
Er is geen aanwijzing dat het terugtrekken van particuliere investeerders tot een algemene prijsdaling leidt. Het effect is segmentgebonden: minder kopers voor instapklare appartementen en rijwoningen, en een ruimer aanbod van te renoveren panden waar de vraagprijs de renovatiekost moet weerspiegelen.
Wat is de renovatieplicht als ik een woning met EPC-label E of F koop?
U moet die woning binnen zes jaar na het verlijden van de notariële akte renoveren tot minstens EPC-label D. Voor aankopen vanaf 1 januari 2026 werd de termijn verlengd van vijf naar zes jaar. Haalt u het label niet, dan volgt een administratieve boete en krijgt u een nieuwe termijn opgelegd.